De rol van de ondernemingsraad bij een verkoop van onderneming

Klabou Advocaten
  • Specialisten in arbeidsrecht en verbintenissenrecht
  • Persoonlijk contact
  • Gedegen advies
  • Bevlogen advocaten
  • Financiële duidelijkheid
  • Rechtsbijstandabonnement
Wat klanten zeggen over Klabou advocaten
22 maart 2018

Kort geleden waren wij helaas genoodzaakt een werknemer te ontslaan. Wij hebben de begeleiding door Klabou Advocaten in deze ontslagprocedure als professioneel en prettig ervaren. Gelukkig konden we met een vaststellingsovereenkomst de zaak afwikkelen.

Bericht Algemeen

De rol van de ondernemingsraad bij een verkoop van onderneming

29 maart 2017

In de spraakmakende Uniface-beschikking[1] van de Ondernemingskamer op het gebied van medezeggenschapsrecht zijn een aantal interessante aspecten behandeld over het moment en de wijze waarop een ondernemingsraad (‘OR’) betrokken moet worden bij de besluitvorming van de onderneming. Dit zijn ook aspecten waar in de praktijk zich vaak problemen over voordoen.

De wetgever heeft aan de OR een belangrijke rol toebedeeld. Hij heeft adviesrecht en instemmingsrecht ten aanzien van bepaalde besluiten in een onderneming. Deze zijn terug te vinden in respectievelijk artikel 25 en 27 van de Wet op de Ondernemingsraden (‘WOR’). Ook dient de OR actief betrokken te worden bij de besluitvorming van een onderneming. Uit de onderhavige beschikking blijkt weer eens dat de rol van de OR geen dode letter is.

In deze zaak had de ondernemer (Uniface) niet tijdig advies gevraagd over een voorgenomen besluit tot verkoop van de onderneming en heeft zij het gegeven negatieve advies naast zich neergelegd. Hierop is de OR in beroep gegaan.

Voorbereiding besluit
Volgens de Ondernemingskamer heeft de OR terecht gesteld dat hij geen wezenlijke invloed op het besluit heeft kunnen uitoefenen omdat aan de OR geen advies was gevraagd ten aanzien van het inschakelen van externe deskundigen. Daarmee was volgens de Ondernemingskamer al een belangrijke medezeggenschap gemist in het kader van de voorbereiding van een (eventuele) verkoop van Uniface. Uit deze beschikking kan worden geleerd dat er meer dan voorheen vroegtijdig advies gevraagd zal moeten gaan worden over het hele scala aan externe deskundigen die de ondernemer voornemens is in te schakelen.

Informatierecht
Uniface heeft volgens de Ondernemingskamer ontoereikende informatie verstrekt met het oog op een goed verloop van de medezeggenschap. Zo had zij bijvoorbeeld de conceptkoopovereenkomst in het kader van de adviesaanvraag niet met de OR gedeeld omdat daar volgens Uniface geen relevante informatie in stond. De Ondernemingskamer volgt Uniface hierin niet. Verder benadrukt de Ondernemingskamer het belang van het geven van informatie en het beantwoorden van vragen vóórdat er een besluit is genomen. Ook dat had Uniface niet gedaan. Het informatierecht van de OR zal ruimer geïnterpreteerd gaan worden ook wat betreft het ter informatie geven van de koopovereenkomst.

Moment van adviesvragen
Het moment waarop de OR bij de besluitvorming moet worden betrokken is één van de belangrijkste waarborgen ter ondersteuning van de positie van de OR in het overleg. Daarmee wordt geborgd dat het betrekken van de OR bij de besluitvorming meer is dan een vinkje op het lijstje van de te ondernemen stappen. Er moet sprake zijn geweest van een echte dialoog met de OR op een moment dat het er nog toe doet. Met deze uitspraak zal het moment van adviesvragen eerder komen te liggen dan nog toe gebruikelijk omdat de Ondernemingskamer heeft geconstateerd dat de OR op de hoogte dient te worden gesteld van een verkoop van de onderneming in de tweejaarlijkse overlegvergadering (artikel 24 WOR) en omdat weer eens wordt benadrukt dat er advies gevraagd moet worden op een moment dat het advies nog van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming (artikel 25 lid 2 WOR).

Heeft u hier nog vragen/opmerkingen over, aarzel dan niet contact op te nemen met ons kantoor.

[1] Gerechtshof Amsterdam, 10 oktober 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4123

Over de auteur

Valérie de Fuyk-Bruyn

Advocaat sinds 2011

Valérie de Fuyk-Bruyn is Advocaat sinds 2011 en studeerde aan de Leiden
Valérie de Fuyk-Bruyn heeft ondernemingsrecht met een minor bedrijfswetenschappen gestudeerd aan de Universiteit Leiden en zich verdiept in het Franse ondernemingsrecht en Europees recht door een semester te studeren aan L’Université Panthéon-Assas in Parijs. Bij Klabou Advocaten legt zij zich voornamelijk toe op het contractenrecht. In 2016 heeft Valérie de Leergang Arbeidsrecht bij de Academie voor de Rechtspraktijk; een specialisatie-opleiding met VAAN-erkenning, afgerond. Valérie is lid van de Nederlandse Orde van Advocaten en de VAAN.
Neem contact op met
Valérie de Fuyk-Bruyn
bruyn@klabouadvocaten.nl 0515 42 63 66